Gewoon schoonmaken: de troebele arbeidsrelaties in betaald huishoudelijk werk

Wie langs de Amsterdamse grachten wandelt kan aan de portieken van monumentale panden de sociale ongelijkheid van vroegere tijden afzien. De mooie grote deur, die te bereiken is met een statige trap, was voor de rijke bewoners van deze panden. Onder de trap is er vaak een kleiner deurtje te vinden, dat was voor het huishoudpersoneel. Bij de bestudering van de huidige markt van betaald huishoudelijk werk dringt zich een vergelijking met het verleden op. Rond 1900 floreerde deze markt ook al, toen in de huishouding van de gegoede burgerij dienstboden niet mochten ontbreken. Waar vroeger jonge meisjes van het platteland naar de stad reisden om daar als dienstje aan de slag te gaan is de trek tegenwoordig van een mondiale schaal. Uit onderzoek naar de recente verschijningsvormen, waarin vaak gesproken wordt over ‘moderne dienstmeisjes’, blijkt dat het werken in de huishouding meer en meer een zaak voor ongedocumenteerde migranten is geworden.

Download hier de samenvatting van het proefschrift:

Sociale vraagstukken: Het ongemak van huispersoneel

Hoe gaan particuliere werkgevers om met hun zwartwerkende illegale schoonmakers? Als een ouderwetse elite? En voldoet de zakelijk omgang het beste, of toch wat familiariteit?

Op deze vragen ging Sjoukje Botman  nog tijdens haar onderzoek in (uiteindelijk interviewde zij  21 huishoudelijk werkers en 19 werkgevers), voor een bijdrage aan het Jaarboek TSS. Lees hier een samenvatting van die bijdrage zoals die onlangs op de website van Sociale vraagstukken verscheen:

De werkster

De werkster, die werkt toch zwart? Op die vraag is Sjoukje ingegaan in een essay dat op 19 juli 2008 in de Volkskrant is verschenen.